Een nieuwe koningin invoeren: rust, timing en moerstatus

Een nieuwe koningin invoeren: rust, timing en moerstatus - HONINGBOERKE

Bij het invoeren van een nieuwe koningin ligt alle aandacht vaak op de moer. Onze ervaring is juist dat de toestand van het ontvangende volk minstens zo belangrijk is.

Stap 1: weet zeker dat het volk moerloos is

De oude moer niet vinden is onvoldoende. Controleer broed, eitjes, doppen en tijdlijn. Een verborgen koningin en een ingevoerde nieuwe koningin is een slechte combinatie.

Stap 2: controleer op eigen koninginnencellen

Een volk dat al vol overtuiging een eigen vervangende moer aan het opkweken is, kan anders reageren op een ingevoerde koningin. Daarom hoort dopcontrole bij de voorbereiding.

Stap 3: plaats het kooitje in het hart van het volk

De koningin moet contact kunnen hebben met bijen op een plek waar het volk actief is. Volg daarbij de instructies van het gebruikte invoerkooitje.

Stap 4: geef tijd

Na invoeren ontstaat de verleiding om snel te kijken of alles goed gaat. Wij plannen liever een bewust controlemoment dan de kast uit nieuwsgierigheid telkens open te maken.

Stap 5: controleer op resultaat, niet alleen op aanwezigheid

Een levende koningin vinden is mooi, maar het doel is een functionerend volk. Eitjes, normaal gedrag en later een goed broednest vertellen uiteindelijk meer.

Wat wij hebben geleerd

Een invoering is geen losse handeling. Het is een proces: diagnose → voorbereiding → invoeren → rust → resultaat controleren.

Lees ook hoe je moerloosheid vaststelt en waarom wij koninginnen merken.

← Naar het Honingboerke imkerboek

Onze belangrijkste les: eerst het ontvangende volk op orde

Bij het invoeren van een nieuwe koningin kijken wij eerst naar het volk en pas daarna naar de koningin. Een uitstekende moer kan alsnog verloren gaan wanneer er nog een oude koningin aanwezig is, wanneer er eigen koninginnencellen zijn of wanneer het volk onrustig en slecht voorbereid is.

In onze praktijk maken we daarom de moerstatus zo zeker mogelijk. Wanneer we bewust met een moerloos volk werken, gebruiken we een vaste tijdlijn en controleren we op eigen aangezette cellen voordat een waardevolle nieuwe koningin wordt ingevoerd. Jonge bijen, gesloten broed en voldoende voer helpen om een rustig ontvangend volkje op te bouwen.

Wat wij vóór invoer controleren

  • geen oude koningin aanwezig;
  • geen ongewenste koninginnencellen die het plan doorkruisen;
  • voldoende jonge bijen;
  • voer en broed aanwezig;
  • na invoer vooral rust.

We voeren niet direct uitgebreid inspectiewerk uit nadat een moer is ingevoerd. Eerst krijgt het volk tijd om haar te accepteren. Te vroeg zoeken kan juist extra onrust veroorzaken.

Praktijktip: noteer invoerdatum, herkomst en eerste geplande controle op de kastkaart. Zo voorkom je dat je uit nieuwsgierigheid te vroeg opent.

Zie ook moerloosheid beoordelen en jonge koninginnen controleren.