Jonge koningin na de bruidsvlucht: wanneer controleer je?

Jonge koningin na de bruidsvlucht: wanneer controleer je? - HONINGBOERKE

Een jonge koningin die uit haar cel komt is nog geen leggende koningin. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar juist in deze fase ontstaat veel onnodige onrust doordat imkers te snel willen weten of het gelukt is.

Na uitlopen begint eerst de rijping

De jonge moer moet lichamelijk verder ontwikkelen voordat ze op bruidsvlucht kan. Vervolgens moet het weer geschikt zijn: voldoende warm, droog en niet te veel wind.

Bruidsvluchten laten zich niet plannen op een kalender

Je kunt een verwachte periode berekenen, maar geen exact vliegmoment afdwingen. Een paar dagen slecht weer kan het hele schema verschuiven.

Daarna volgt nog de start van de eileg

Ook na succesvolle paring kan het nog enkele dagen duren voordat je de eerste eitjes ziet. Daarom beoordelen wij niet na ieder zonnig middagje opnieuw.

Waar kijken wij bij de eerste echte controle naar?

Niet alleen naar de koningin. We zoeken vooral naar eitjes die netjes één per cel zijn gelegd, vervolgens jong broed en later een steeds duidelijker broedpatroon. Dat vertelt of de nieuwe moer werkelijk functioneert.

Wanneer wordt wachten verdacht?

Als de biologische tijdlijn ruim verstreken is en er ondanks goed vliegweer nog steeds geen eitjes zijn, wordt een gerichte controle logisch. Kijk dan ook naar eventuele doppen, gedrag en of er mogelijk iets anders aan de hand is.

Onze belangrijkste les

Geduld is hier een imkerhandeling. Een kast dichtlaten kan net zo bewust zijn als een kast openen. Controleer omdat de tijdlijn daar aanleiding toe geeft, niet omdat je nieuwsgierig bent.

Lees ook hoe wij D-notatie gebruiken en hoe je voorkomt dat je een volk te snel moerloos noemt.

← Naar het Honingboerke imkerboek

Waarom wij bij een jonge koningin liever iets te laat dan te vroeg kijken

Na het uitlopen is een jonge koningin nog niet direct een leggende moer. Ze moet eerst verder rijpen, gunstig vliegweer krijgen, paren en daarna haar eileg opstarten. In die periode kan een imker met te veel controles vooral onrust toevoegen.

Wij letten daarom op de tijdlijn vanaf het uitlopen en op het weer. Een paar slechte vliegdagen kunnen het proces verschuiven. Wanneer we uiteindelijk controleren, zoeken we niet per se als eerste naar de koningin zelf. Eitjes en een beginnend regelmatig broedbeeld geven vaak sneller antwoord.

Wat wij bij de eerste echte controle willen weten

  • zijn er eitjes;
  • liggen de eitjes logisch in de cellen;
  • ontwikkelt het volk rustig;
  • is er voldoende voer en ruimte;
  • zijn er signalen dat er opnieuw iets met de moerstatus aan de hand is.

Veelgemaakte fout: een jonge moer afschrijven omdat ze op de eerste vroege controle nog niet legt. Kijk naar dagen, weersomstandigheden en de complete ontwikkeling.

Meer hierover: van koninginnencel tot eerste eitjes.