Bij koninginnenteelt kun je veel fouten voorkomen door niet te denken in “woensdag” of “volgende week”, maar in dagen vanaf één biologisch startpunt. Daarom werken wij met D-notatie.
D0 is je ankerpunt
D0 is de handeling waarop je de rest van de serie baseert, bijvoorbeeld overlarven of het moment waarop een volk moerloos wordt. Vanaf dat moment kun je rekenen.
Waarom timing bij koninginnen extra belangrijk is
Een werkster ontwikkelt zich langzamer dan een koningin. Koninginnencellen worden al vroeg gesloten en een rijpe dop kan eerder uitlopen dan een beginnende teler verwacht.
Onze praktische regel: schrijf het meteen op
Op D0 noteren we de datum en zetten we de volgende controlemomenten direct in de planning. Daarmee voorkom je dat je later aan de kleur of grootte van een dop probeert te raden hoe oud hij ongeveer is.
Doppen breken als vaste stap
Wanneer een pleegvolk of moerloos volk zelf redcellen kan hebben aangezet, hoort controle daarop expliciet in het schema. Zelf aangezette cellen kunnen anders vóór je teeltcellen uitlopen.
Na uitlopen begint een tweede tijdlijn
Een jonge koningin is na het uitlopen nog niet meteen een leggende moer. Ze moet rijpen, op bruidsvlucht en daarna beginnen met leggen. Weer kan deze fase vertragen.
De les
Koninginnenteelt is minder mysterieus wanneer je de biologie op een kalender zet. De bijen houden zich niet aan jouw werkweek; jij moet je planning aan hun ontwikkeling aanpassen.
Lees verder over de legcontrole na de bruidsvlucht.
← Naar het Honingboerke imkerboek
Waarom wij liever met D0 en D9 werken dan met losse datums
Bij koninginnenteelt gaat het snel mis wanneer je alleen onthoudt dat je 'vorige week iets met de moer hebt gedaan'. D-notatie maakt van een biologisch proces een duidelijke tijdlijn. D0 is het startpunt. Vanaf daar krijgt ieder controlemoment een vaste plaats.
In onze werkwijze is D9 een belangrijk punt bij volken die zelf redcellen hebben aangezet. Op dat moment kun je gericht controleren welke cellen aanwezig zijn en het vervolg bepalen. Daarna volgen uitlopen, rijping, mogelijke bruidsvluchten en pas later de eerste eitjes. Die laatste stappen zijn afhankelijk van weer en ontwikkeling; daarom is geduld onderdeel van de planning.
Zo gebruiken wij de notatie
- D0: start van de teelt of het moerloos maken;
- D+: iedere handeling wordt relatief aan D0 genoteerd;
- vaste controlepunten: vooraf plannen in plaats van op gevoel openen;
- kastkaart: per volk dezelfde schrijfwijze gebruiken.
Het voordeel is niet alleen overzicht. Wanneer iets mislukt, kun je achteraf reconstrueren waar in de tijdlijn het probleem waarschijnlijk zat.
Lees ook wat er met redcellen gebeurt en waarom doppencontrole onderdeel is van de teelt.