Een aflegger maken: stap voor stap

Een aflegger maken: stap voor stap - HONINGBOERKE

Een aflegger maken is een van de mooiste handelingen in de imkerij: uit een bestaand volk ontstaat een nieuw zelfstandig volk. De kern is eenvoudig, maar het succes zit in de details.

Wat moet een aflegger kunnen?

Een jonge aflegger moet zichzelf warm kunnen houden, voldoende voedsel hebben en óf een koningin meekrijgen óf materiaal bevatten waaruit hij een nieuwe koningin kan opkweken.

Onze basis voor een broedaflegger

Wij werken graag met een compact volk met broed in verschillende stadia, voldoende jonge bijen en voer. Wanneer de aflegger zelf een koningin moet maken, is vooral heel jong broed of eitjes essentieel.

Stap 1: kies geschikte ramen

Kies geen ramen puur omdat ze vol bijen zitten. Kijk naar inhoud: gesloten broed levert binnenkort jonge bijen; jong open broed geeft het volk de mogelijkheid redcellen aan te zetten; een voerraam of voldoende voervoorraad voorkomt een slechte start.

Stap 2: zorg voor voldoende jonge bijen

Vliegbijen kunnen terugvliegen naar de oude stand. Daarom zijn jonge bijen belangrijk. Schud of veeg alleen extra bijen af van geschikte ramen wanneer je zeker weet dat de koningin niet op dat raam zit.

Stap 3: maak het volk compact

Een kleine aflegger hoeft niet meteen veel lege ruimte te verwarmen. Houd het broed bij elkaar en pas de kastgrootte aan de bijenbezetting aan.

Stap 4: beslis vooraf hoe de nieuwe moer komt

Laat je het volk zelf redcellen trekken? Voer je later een rijpe dop in? Of komt er een bevruchte koningin? Meng deze strategieën niet gedachteloos; elk vraagt een andere timing.

Stap 5: laat daarna rust ontstaan

Een fout die wij zelf snel hebben afgeleerd is te veel uit nieuwsgierigheid controleren. Zeker wanneer een volk zelf een koningin moet opkweken, kan geduld meer waard zijn dan nog een inspectie.

Wanneer controleren?

Plan controles op basis van de biologie van de koningin, niet op basis van ongeduld. Bij een redcel-aflegger kijk je eerst of er goede koninginnencellen zijn ontstaan en later pas of een jonge moer succesvol aan de leg is.

Onze les

Een sterke aflegger begint niet bij ‘hoeveel ramen’, maar bij de vraag: heeft dit kleine volk alles wat het nodig heeft om de komende weken zelfstandig verder te komen?

Lees ook wat er gebeurt wanneer een aflegger zelf een koningin maakt.

← Naar het Honingboerke imkerboek

Zo maken wij een aflegger in de praktijk

Een aflegger maken begint voor ons niet met een vast aantal bijen, maar met drie vragen: is er jong broed aanwezig, is er genoeg voer en is de bezetting sterk genoeg om zelfstandig verder te gaan? Pas daarna kijken we naar de kast waarin het nieuwe volk komt. Een klein volk moet zijn warmte kunnen vasthouden; te veel lege ruimte helpt niet.

Wij controleren vóór het splitsen eerst de moerstatus van het bronvolk. Daarna kiezen we ramen met passend broed en voldoende aanhangende jonge bijen. Als een aflegger zelf een koningin moet nateelen, is zeer jong broed essentieel. Een raam met alleen gesloten broed levert wel bijen op, maar geen geschikte larven voor redcellen.

Onze controlepunten

  • jong broed of eitjes aanwezig wanneer het volk zelf een koningin moet maken;
  • voldoende voer of een duidelijke voerstrategie;
  • rustige, compacte bezetting;
  • na het maken niet iedere dag opnieuw openen.

De grootste fout is ongeduld. Na het moerloos maken verandert er veel, maar niet alles is direct zichtbaar. Werk daarom met een tijdlijn en noteer de dag waarop de aflegger is gemaakt.

Praktijktip: beoordeel een jonge aflegger altijd op ontwikkeling, niet alleen op het aantal bijen dat je bovenop ziet. Broed, voer en moerstatus vertellen veel meer.

Lees verder over redcellen in een aflegger, een moerloos volk herkennen en ons praktische imkerboek.