Zwermdrang herkennen vóór er een zwerm hangt

Zwermdrang herkennen vóór er een zwerm hangt - HONINGBOERKE

Een zwerm aan een tak is het zichtbare eindpunt van een proces dat veel eerder in de kast begon. Wie zwermdrang wil sturen, moet leren zien wat er gebeurt vóórdat de oude koningin vertrekt.

Het seizoen geeft context

Zwermdrang hoort vooral bij de periode waarin volken sterk groeien. Veel jonge bijen, een groot broednest en goede dracht kunnen samen een krachtige expansiefase veroorzaken.

Koninginnencellen zijn het duidelijke signaal

Maar niet iedere beker is meteen een zwermcel. Kijk of er een eitje of larve in zit, hoeveel cellen er zijn en waar ze zich bevinden. Beoordeel vervolgens de rest van het volk.

Lees ook de ruimte in het broednest

Kan de koningin nog voldoende leggen? Zijn veel cellen gevuld met nectar? Is de kast fysiek vol bijen? Een honingkamer bovenop lost niet automatisch ieder probleem in het broednest op.

Let op ontwikkeling over meerdere controles

De kracht van een goede kastkaart is dat je niet alleen vandaag ziet. Je weet of een volk in twee weken enorm is gegroeid en of eerdere speeldoppen nu echte belegde cellen zijn geworden.

Alle doppen breken is geen strategie

Als de achterliggende omstandigheden hetzelfde blijven, kan het volk opnieuw cellen aanzetten. Doppencontrole is nuttig, maar moet onderdeel zijn van een plan.

Aflegger als biologische ingreep

Een aflegger kan bij passende omstandigheden bijen en broed uit een sterk volk halen en tegelijk een nieuw volk vormen. Dat is iets anders dan willekeurig ramen verwijderen; het jonge volk moet zelfstandig levensvatbaar zijn.

Onze les

Zwermbeheersing begint met voorspellen. Wie alleen reageert op een zwermcel, loopt achter; wie de ontwikkeling van het volk volgt, ziet het proces eerder.

Lees hoe je een aflegger maakt en wat zwermen biologisch betekent.

Speeldop of belegde koninginnencel?

Een leeg kommetje is nog geen bewijs dat het volk vertrekt. Kijk altijd in de cel. Een eitje of larve met voedersap verandert de betekenis en moet samen met volkssterkte, ruimte en seizoen worden beoordeeld.

← Naar het Honingboerke imkerboek

Wij zoeken naar een patroon, niet naar één koninginnencel

Zwermdrang ontstaat meestal niet van de ene op de andere dag. De kracht van het volk, beschikbare ruimte, seizoen en aanwezigheid van belegde of gesloten zwermcellen vormen samen het beeld.

Onze voorkeur is preventief sturen. Wanneer een volk duidelijk te sterk wordt voor de beschikbare ruimte, is vermeerderen vaak logischer dan wachten tot de zwerm daadwerkelijk vertrekt.

Signalen die wij combineren

  • druk broednest met weinig vrije cellen;
  • veel bijen en sterke groei;
  • meerdere serieuze zwermcellen;
  • seizoen en dracht;
  • verandering in gedrag rond de kast.

Een speeldop alleen is dus geen reden voor paniek. Het complete volk bepaalt de conclusie.